Het ruimtelijk denken in de economie

Het ruimtelijk denken in de economie

Wat als het ruimtelijk denken het temporeel denken in de economie zou vervangen?

We mogen stellen dat de economie lijdt aan de pathologie van de tijd, verziekt is aan een tijdgerelateerde dwangneurose. In  essentie is  het temporeel economisch denken of haar chronosyntrisme een  illusie. Een illusion vitale om het verdwaald economisch denken in stand te houden. De economisten voelen zich thuis in deze neurose van terugkerende tijdstippen die hun lineaire tijdreeks uitzetten. Ze beperken zich tot de “oneigenlijke tijd” zijnde de mechanische tijd die gebonden is aan het ‘vervallen zijn aan de wereld” [1] en focussen op hetgene wat nog niet bestaat.

We moeten echter naar de ontologische vraag “wat is het wezen van tijd”, wat is de eigenlijke tijd. De vraag naar Wie is de tijd of Hoe toont de tijd zich.

De tijd is waar de gebeurtenissen zich afspelen en waar verwijst naar de ruimte Het wezen van de tijd is dus een gebeurtenis. Als er geen gebeurtenis is, is er enkel ruimte en geen tijd. Tijd is dus een variante op de ruimte. Maar er is ook geen ruimte als er geen lichamen zijn,  waardoor de grondvoorwaarde van eigenlijke tijd de existentie is. De economische lineaire noodzakelijkheid verdwijnt dan voor een parallelle gelijktijdigheid. Hun apocalyptisch vooruitgangsdenken  zal dus vervangen worden door een discontinue gelijktijdig. Het “vroeger en later” verdwijnt in een naast elkaar, in een ruimte van ervoor of ernaast. De reeks gebeurtenissen komen naast elkaar te staan. Het economisch getal zal dus niet meer gerelateerd worden tot de tijd maar geplaatst worden “ervoor of erachter” in de ruimte. Het is deze  ruimtelijkheid die een intern endogene creativiteit veroorzaakt in plaats van de externe exogene creativiteit van de economische tijd. De actuele economische tijd creëert een “calculerende” Beschaving gestoeld op een externe vooruitgang van  “become, expansion, set fast” voor de geciviliseerde burger waartegenover de ruimte een Cultuur ontplooit die een interne voortgang schept van  “becoming, growing en living” voor de gecultiveerde burger.

Als tijd nu ruimte is geworden en economische tijd de grondvoorwaarde van de existentie moet aanvaarden ipv de geactualiseerde illusie wat rest dan nog van de economische waardebepaling? Het actueel economisch tijdsdenken zal zich moeten verhouden ten over staan van de gewezen tegenwoordige toekomst, als onomkeerbare voortgang van de resterende tijd.

[1] Jan Ipema, Tegen de stroom Ernst Jünger Tijd en Werk 1933-1998, Aspekt,1999,p.178

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *