De vreugde om het Zonder-Arbeid-Zijn

De vreugde om het Zonder-Arbeid-Zijn

Het maatschappelijk beeld van de burger wordt steeds gerelateerd tot arbeid, de Homo Labor in dienst van. Dit is geen nieuwe beschouwing want in Genisis 3:19 wordt “in het zweet uws aanschijns” aangedragen waarbij de mensheid zal verdoemd zijn te werken, te arbeiden. Deze sacrale aanname heeft heden  een profaan karakter gekregen. Het is niet meer God maar de staat die je verplicht tot de ledigheid van arbeid , het Met-Arbeid-Zijn” in naam van de illusie van het algemeen belang. De profane dwang tot arbeiden en de burger te percipiëren als een werkend tuig is een politieke noodzaak om de immer lege vetpotten van de staatskas te vullen. In de geest van de banaliteit van het kwade beheren ijverige bureaucraten dit nieuw slaven-rijk binnen de geprikte draden van de pseudo-democratische arbeidstaat. Zij maken zich meester van de mens, de mens gereduceerd tot maatschappelijk werktuig.
Van de burger wordt enkel verwacht om kritiekloos haar socio-politieke plichten van arbeid uit te voeren en hetgeen haar toekomt te laten ontnemen door torenhoge belastingen. Mattheus 11:19 stelde al dat de Heer een vriend werd genoemd van tollenaars en zondaars. In de profane wereld zijn de heren politiekers de vrienden van bureaucraten en het volk. Zoals Machiavelli stelt ” het volk moet worden geleid door te worden verleid”. De verleiding met het “Met-Arbeid-Zijn”. Geen revolte maar slaafse dienstbaarheid voor de metafoor van de arbeidsstaat. De individuele soevereiniteit te laten offeren op het altaar van het technisch staatsbestuur van volkse politici en banale ambtenaren.
De menselijke potentialiteit , de eigenlijke modus van het menselijk bestaan, wordt vergruist door de socio-politieke norm van verplichte arbeid en het statistisch arbeidsgemiddelde. Als tegenprestatie moet de burger likken aan de steen van het kwade, de consumptieneurose. Het ultiem politiek doel de menselijke potentialiteit in te perken en te reguleren is de brandhaard van het kwade. Een barbarij, de vernietiging van de Over-mens, hij die zijn eerste geboorte verlaten heeft om te mensen. De Entartete Mensch die moet heropgevoed worden als arbeidend tuig.
De arbeidsstaat heeft echter geen grond , is geen vaststaand ding , en heeft niet het recht de individuele vrijheid en soevereiniteit op te offeren aan de publieke ruimte van de vermeende arbeidswetmatigheden.
De burgers moeten uit de trein van de zijnsvergetelheid springen, de trein die hen stuurt naar de geconcentreerde arbeidskampen. Het ledige “Met-Arbeid-Zijn” deactiveren en revolteren tegen de staatsmetafoor van de profane verplichte arbeid. Het Zonder-Arbeid-Zijn omarmen, om alzo te verdiepen in de existentie van zijn en haar potentialiteit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *