Het hulpje van de taal

Het hulpje van de taal

Een werkelijkheid en niet de werkelijkheid ,als amalgaam van inductieve, fysieke, en deductieve, emotionele ervaringen, ontluikt zich door haar taligheid, door de rijkheid van de benoeming van de zintuigelijke als subjectieve ervaringen.
Doch kan de taal of is de taal een voldoende krachtig medium om de zijnden te laten lichten of te belichten. Is de taal gewapend om het Zijn te verwoorden, te benoemen ?
Hoe rijker de taligheid , hoe rijker een werkelijkheidservaring kan uitgedrukt worden, dus een betere en ruimere taalbeheersing is een eerste stap. Wanneer de taligheid in gebreke blijft kan men ook een aangepaste taal ontwikkelen zoals Heidegger. De taalarmoede van de positieve wetenschappen was/is zo groot dat Heidegger een aangepaste ontologische taligheid ontwikkelde om de Zijnvergetelheid te kunnen benoemen.
En wat indien de taal en de vernieuwde, aangepaste taligheid blijven stokken en te kort schieten voor te benoemen ? Zijn de symbolen, riten en de toonkunst dan het aangewezen medium om het onuitgesproken te belichten.
Of zijn instituties en wetten het geschikt stuurinstrument. We weten dat instituties en wetten een werkelijkheid verschralen en functioneren als armzalige en kortzichtige oplossing /instrumentarium als surrogaat van de taal.

Primordiaal is niet het verstaan (Verstehen) of het verklaren (Erklären) van de zintuigelijke of emotionele ervaring maar de continue dynamische beleving onafhankelijk van het medium van haar taal van taligheid tot klankkunst. De voor-ervaring gaat het verstaan, verklaren vooraf.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *